Not logged in : Login

About: Jimmy Walker     Goto   Sponge   Distinct   Permalink

An Entity of Type : yago:Politician110451263, within Data Space : ods-qa.openlinksw.com:8896 associated with source document(s)

James John Walker (June 19, 1881 – November 18, 1946), known colloquially as Beau James, was mayor of New York City from 1926 to 1932. A flamboyant politician, he was a liberal Democrat and part of the powerful Tammany Hall machine. He was forced to resign during a corruption scandal.

AttributesValues
type
dbpprop:imageSize
dbpedia-owl:deathDate
dbpedia-owl:party
dbpedia-owl:termPeriod
dbpprop:termEnd
sameAs
wasDerivedFrom
dbpedia-owl:abstract
  • James John Walker, também conhecido como Jimmy Walker ou Beau James (Nova Iorque, 19 de junho de 1881 - 18 de novembro de 1946), foi prefeito da cidade de Nova Iorque de 1926 a 1932. Político carismático, ele foi um democrata liberal e membro da poderosa Tammany Hall. Durante um escândalo de corrupção, ele foi forçado a renunciar.
  • James John Walker (19 de junio de 1881 – 18 de noviembre de 1946), conocido coloquialmente como Beau James, fue alcalde de Nueva York de 1926 a 1932. Político de corte extravagante, fue un demócrata liberal que formaba parte de la poderosa maquinaria de Tammany Hall. Se vio obligado a renunciar debido a un escándalo de corrupción.
  • James John "Jimmy" Walker (New York, 19 juni 1881 – aldaar, 18 november 1946) was een politicus voor de Democratische Partij en de 97e burgemeester van New York en de achtste sinds de fusie van de vijf boroughs, en dit van 1926 tot 1932. Jimmy Walker, ook gekend als Beau James, groeide op in Greenwich Village waar ook zijn vader, van Ierse origine, actief was in de politiek. Jimmy was een liberale Democraat en werd door Tammany Hall naar voor geschoven bij de burgemeestersverkiezingen van 1925 waar hij de democratische voorverkiezingen won van toenmalig burgemeester John F. Hylan. Walker was tegen de Prohibition en werd bekend als een fixer, die het niet altijd te nauw nam met regelgeving. Hij was een notoir bezoeker van speakeasies en onderhield goede contacten met bardames wat hem een imago van bonvivant opleverde die ook electoraal waarde had. Hij kreeg ook de steun van de gouverneur van New York, Al Smith omdat Walker veel sociale en culturele kwesties steunde die politiek belangrijk werden geacht, zoals de wetgeving inzake sociale zekerheid, legalisering van het boksen, intrekking van de 'Blue Laws' of 'Sunday Laws', regelgeving met een religieuze achtergrond tegen het inrichten van activiteiten op zondag, waaronder baseball wedstrijden, een sterke veroordeling van de Ku Klux Klan, en vooral hun wederzijdse oppositie tegen de Prohibition. Om toch ook de stemmen van de meer orthodoxe kiezers en middenklasse niet te verliezen, verklaarde Walker zich akkoord zijn publieke optredens in speakeasies stop te zetten en zette hij zijn uitgaansleven voort in de private omgeving van een appartement ter beschikking gesteld door Tammany Hall. Na zijn verkiezing nam Walker heel wat initiatieven die de stad deed groeien en bloeien. Hij richtte het New York City Department of Sanitation op voor onder meer een betere afvalverwerking, verbeterde de werking van de publieke ziekenhuizen, werkte aan de kwaliteit van parken en speeltuinen, en stuurde de New York City Board of Transportation bij de verdere realisatie van een plan dat al door zijn voorganger was opgestart om de metro van New York verder uit te bouwen met het Independent Subway System, een stadsbedrijf dat naast de twee private vervoerders lijnen opstartte en uitbaatte. In New York bestreed hij de Prohibition, en vocht het Eighteenth Amendment to the United States Constitution dat hieromtrent handelde aan. Hij ontsloeg de te actieve New York City Police Commissioner en stelde een onervaren vervanger aan die als een van zijn eerste daden de Special Service Squad die de strijd tegen speakeasies voerde, ontmantelde. Hij werd in 1929 met groot overwicht herverkozen. De beurskrach van 1929 was evenwel ook voor Walker rampzalig. kardinaal Patrick Joseph Hayes, aartsbisschop van New York, ging zo ver zelfs de beurskrach toe te schrijven aan het liederlijk gedrag van de burgemeester en het hierdoor ontstane morele en politieke verval. Tammany Hall zag zich genoodzaakt hun steun voor Walker in te trekken. De sociale onrust na de beurscrach leidde er ook toe dat er onderzoeken naar corruptie werden opgestart tegen zijn administratie, die gegeven zijn fixersreputatie al snel leiden tot enkele financiële schandalen. Franklin Delano Roosevelt, in de periode direct voorafgaand aan zijn presidentschap, de gouverneur van New York greep in en dwong Walker tot ontslag op 1 september 1932. Walker vertrok met Betty Compton, zijn tweede echtgenote en een barmeisje en actrice, op een grote Europese reis en verbleef in het buitenland tot het gevaar van criminele vervolging was geweken. Hij werd actief in de muziekindustrie en werd zaakvoerder van Majestic Records die populaire artiesten als Louis Prima en Bud Freeman onder contract kreeg. Zijn ondersteuning bij het legaliseren van bokswedstrijden leverden hem alsnog een plaats op in de International Boxing Hall of Fame en hij kreeg ook de Edward J. Neil Trophy in 1945. Zijn leven als politicus en burgemeester werd ook verfilmd, met de film Beau James uit 1957 van Melville Shavelson met Bob Hope die hem impersoneerde in de hoofdrol. Ook Dean Martin eerde hem als burgemeester met het nummer Beau James. Van 1969 tot 1970 liep de musical Jimmy op Broadway met ook Walker als burgemeester, vertolkt door Frank Gorshin, en Anita Gillette (als Betty Compton) en Julie Wilson als vrouwelijke hoofdrollen.
  • James John „Jimmy“ Walker (* 18. Juni 1881 in New York City; † 18. November 1946 ebenda) war ein US-amerikanischer Politiker und Bürgermeister der Stadt New York City zwischen 1926 und 1932. Der Sohn irischer Einwanderer besuchte ein College und eine Law School. Er arbeitete dann im Dunstkreis von Varieté und Showbusiness als Songwriter. 1908 hatte er einen Hit mit dem Lied Will you love me in December as you do in May?. Als Mitglied der Demokratischen Partei saß Walker 1910 bis 1914 in der New York State Assembly und ab 1914 im Senat von New York; 1921 wurde er Parteichef der Demokraten von New York City. 1925 wurde er zum Bürgermeister gewählt. Eine beispiellose Amtszeit in den wilden zwanziger Jahren begann. Er war ein Star-Bürgermeister, charmant, elegant, publikumswirksam, korrupt und arbeitsscheu. Bald hatte er mehrere Spitznamen wie „Night Mayor“ („Nachtbürgermeister“), „Jazz Mayor“ („Jazzbürgermeister“) oder „Beau James“ („Liebhaber James“). Er liebte das Leben und zeigte das deutlich mit symbolischen Auftritten für die Medien. Er mischte sich nicht in die Verwaltung ein, ließ den Personenkult um sich blühen und vertrat die Meinung, dass die Menschen in erster Linie „in Ruhe gelassen werden wollen“. Als bedenkenloser Bonvivant war er schlampig in seiner Amtsführung, unpünktlich und übermäßig im Nachtleben präsent. Walker stand selten vor der Mittagszeit auf und verkündete öffentlich, dass es die größte Sünde sei, am selben Tag ins Bett zu gehen, an dem man aufgestanden sei. Bereits Ende der zwanziger Jahre gab es in der boomenden Stadt kaum mehr einen Unterschied zwischen Politik und Showbusiness, die Korruption blühte und fast jedes Amt war unter Walkers Regierung käuflich. Die Folgen der Weltwirtschaftskrise zeigten die Unfähigkeit seiner Administration und Person. Die städtischen Schulden wuchsen täglich um 300.000 Dollar. Anfang 1932 drohte der Stadt New York der Bankrott, und Walker wurde vor Gericht gestellt. Da er gewaltige Summen auf seinem Bankkonto nicht erklären konnte und sich 15 Fällen von Korruption gegenübersah, trat er im September des gleichen Jahres zurück und floh nach Europa. Er kehrte erst nach dem Krieg zurück, als er sich sicher war, nicht mehr angeklagt zu werden. Walker war sehr dem Boxsport zugetan und zeigte sich für das so genannte „Walker Law“ verantwortlich, das im Staat New York den Boxsport legalisierte. Für seine Verdienste um den Boxsport fand der Politiker 1992 Aufnahme in die International Boxing Hall of Fame. Walkers Grab befindet sich auf dem Gate of Heaven Cemetery in , etwa 25 km nördlich von New York City.
  • James John Walker (June 19, 1881 – November 18, 1946), known colloquially as Beau James, was mayor of New York City from 1926 to 1932. A flamboyant politician, he was a liberal Democrat and part of the powerful Tammany Hall machine. He was forced to resign during a corruption scandal.
  • جيمي ووكر (بالإنجليزية: Jimmy Walker)‏ مواليد 19 يونيو 1881 في نيويورك - الوفاة 18 نوفمبر 1946، كان عمدة مدينة نيويورك من 1926 إلى 1932. وسياسي لامع، وكان عضو في الحزب الديمقراطي الليبرالي وجزء من التنظيم السياسي تاماني هول. أجبر على الاستقالة خلال فضيحة فساد.
  • James John Walker, surnommé Jimmy Walker, né le 19 juin 1881 à New York et mort le 18 novembre 1946 dans la même ville, est un homme politique américain. Membre du Parti démocrate, il est membre du Sénat de l'État de New York de 1915 à 1925 puis maire de New York de 1926 à 1932. Ses deux mandats au Sénat sont marqués par sa forte opposition à la Prohibition, tandis qu'il doit démissionner de son second mandat à la mairie à la suite de son implication dans un scandale de corruption.
  • James John Walker (New York, 19 giugno 1881 – New York, 18 novembre 1946) è stato un politico statunitense, 97° sindaco di New York.
  • ジェームズ・ジョン・ウォーカー(英語: James John Walker、1881年6月19日 - 1946年11月18日)は、アメリカ合衆国の政治家。第97代市長を務めた。汚職事件が元でやむを得ず辞職した。
Faceted Search & Find service v1.17_git55 as of Mar 01 2021


Alternative Linked Data Documents: ODE     Content Formats:       RDF       ODATA       Microdata      About   
This material is Open Knowledge   W3C Semantic Web Technology [RDF Data] Valid XHTML + RDFa
OpenLink Virtuoso version 08.03.3322 as of Mar 14 2022, on Linux (x86_64-generic-linux-glibc25), Single-Server Edition (7 GB total memory)
Data on this page belongs to its respective rights holders.
Virtuoso Faceted Browser Copyright © 2009-2022 OpenLink Software